Tuin klaarmaken voor bestuivers: laat het rommelig

Tuin klaarmaken voor bestuivers: laat het rommelig

Zodra de eerste zonnestralen de aarde een beetje opwarmen, begint het bij veel mensen direct te kriebelen. De tuinhandschoenen komen uit de schuur, de snoeischaar wordt tevoorschijn gehaald en we willen maar één ding: naar buiten. Het is heerlijk om de lente in de lucht te ruiken en je tuin weer klaar te maken voor een nieuw seizoen. Maar voordat je enthousiast begint met harken, vegen en knippen, wil ik je even meenemen in de wereld van onze kleine, zoemende buren. De bestuivers.

Bijen, hommels en vlinders hebben het zwaar. Hun leefgebied wordt steeds kleiner en strakker. Gelukkig kunnen wij ze in onze eigen achtertuin een enorm handje helpen. En het mooiste van alles? Het is helemaal niet moeilijk. Sterker nog, het betekent vaak dat je juist even wat minder hoeft te doen. Pak er lekker een kop koffie bij, dan vertel ik je precies hoe we samen onze tuinen in een paradijs voor bestuivers kunnen veranderen.

Waarom een rommelige tuin een levende tuin is

We zijn in Nederland best wel gewend geraakt aan de bezem door de tuin halen. Alles moet netjes zijn, aangeharkt en strak. Maar voor de natuur is een té opgeruimde tuin eigenlijk een beetje een woestijn. Vlinders, wilde bijen en andere nuttige insecten hebben juist die rommelige hoekjes nodig om de koude maanden te overleven.

Onder een laag herfstbladeren ligt bijvoorbeeld een hele wereld verborgen. Het werkt als een warme, vochtige deken voor allerlei kleine beestjes. Als je al die bladeren weghaalt, haal je eigenlijk hun winterjas weg. Hetzelfde geldt voor dode plantenstengels. Veel mensen knippen deze in het najaar al kort, maar wist je dat veel wilde bijen juist in die holle stengels overwinteren? Ze kruipen erin, maken een veilig nestje en wachten daar tot het voorjaar wordt.

Mijn advies is daarom altijd: wees een beetje lui. Laat die bladeren lekker liggen in de borders. Knip de dode stengels pas af als de lente echt goed is begonnen en de temperaturen stabiel boven de tien tot twaalf graden zijn. Zelfs dan kun je de afgeknipte stengels nog even op een los hoopje in een rustige hoek van de tuin leggen. Zo geef je de uitslapers onder de insecten de kans om rustig wakker te worden en uit te vliegen.

De menukaart voor het vroege voorjaar samenstellen

Stel je voor dat je na een hele lange, koude slaap wakker wordt. Wat is het eerste dat je wilt? Precies, een stevig ontbijt. Voor koninginnenhommels en de allereerste wilde bijen is dat niet anders. Ze ontwaken vaak al in februari of begin maart en hebben direct energie nodig in de vorm van nectar en stuifmeel.

Het probleem is dat er in het vroege voorjaar nog niet heel veel bloeit. Daarom is het zo belangrijk om vroege bloeiers in je tuin te hebben. Sneeuwklokjes, krokussen en winterakonieten zijn echte redders in nood voor deze vroege vliegers. Als je deze bolletjes in het najaar in de grond stopt, heb je daar in de lente een prachtig zoemend spektakel van. Wil je weten hoe je deze vroege werkers het beste kunt vinden en herkennen? Lees dan zeker even ons artikel over bijen spotten in februari, want het is echt een feestje om die eerste insecten te zien rondscharrelen.

Naast de bekende bloembollen zijn er ook heesters en bomen die heel vroeg bloeien. Denk bijvoorbeeld aan de wilg. De katjes van de wilg zitten boordevol voedzaam stuifmeel. Ook de mahoniestruik en het longkruid zijn absolute favorieten. Door een mix van deze vroege bloeiers te planten, zorg je ervoor dat jouw tuin de eerste en beste pitstop in de buurt is.

Zorg voor een veilig thuis voor de wilde bij

Als we aan bijen denken, zien we vaak direct een grote bijenkast vol met honingbijen voor ons. Maar wist je dat de meeste bijen in Nederland solitair leven? Dat betekent dat ze niet in een groot volk wonen, maar in hun eentje een nestje maken en eitjes leggen. Deze wilde bijen hebben onze hulp hard nodig bij het vinden van een geschikte woning.

Nesten in de grond

Ongeveer zeventig procent van alle wilde bijen in ons land nestelt in de grond. Denk aan de zandbijen die je in het voorjaar vaak laag over de aarde ziet vliegen. Ze houden van plekjes die een beetje zanderig zijn en waar de zon lekker op schijnt. Je kunt ze heel makkelijk helpen door simpelweg een stukje aarde in je tuin onbegroeid te laten. Geen tegels, geen dichte bodembedekkers, maar gewoon een kaal stukje zand op het zuiden. Je zult zien dat ze dit al snel ontdekken en er kleine vulkaantjes van zand bouwen rondom hun nestgangetjes.

Insectenhotels voor bovengrondse nestelaars

De andere dertig procent zoekt holle ruimtes op, zoals oude kevergangen in dood hout of holle plantenstengels. Voor deze groep is een insectenhotel ideaal. Je kunt ze tegenwoordig overal kopen, maar let wel even goed op. Veel goedkope hotels uit de bouwmarkt of het tuincentrum zitten vol met splinters of hebben gaten die niet diep genoeg zijn. Splinters kunnen de kwetsbare vleugels van de bijen beschadigen.

Je kunt ook heel makkelijk zelf een nestplek maken. Boor wat gaten van verschillende diktes (tussen de twee en acht millimeter) in een onbehandeld blok hardhout. Zorg dat de gaten mooi glad zijn vanbinnen. Of bundel wat holle bamboestokjes en rietstengels en hang deze stevig op een zonnige plek, uit de wind en de regen. Het is fascinerend om te zien hoe de metselbijen in het voorjaar af en aan vliegen met bolletjes modder om hun nestjes dicht te metselen.

Een drankje voor de dorstige werkers

We denken vaak aan eten en een slaapplek, maar we vergeten weleens dat al dat vliegen enorm dorstig maakt. Bijen en andere bestuivers hebben water nodig. Niet alleen om te drinken, maar in de zomer ook om hun nesten af te koelen. Een vogelbadje is vaak te diep, waardoor insecten het risico lopen om te verdrinken.

Gelukkig maak je in een handomdraai een veilig bijenkroegje. Pak een ondiepe schaal, bijvoorbeeld een terracottaschaal die je normaal onder een bloempot zet. Leg hier een handvol knikkers, wat mooie platte stenen of wat kurken in. Vul de schaal met water, maar zorg ervoor dat de stenen of knikkers nog voor een deel boven water uitsteken. Dit zijn de veilige landingsbaantjes voor de bijen. Ze kunnen nu rustig landen, wat drinken en weer veilig opstijgen. Zet het schaaltje op een rustige, warme plek in de tuin en ververs het water af en toe. Je zult zien dat het een populaire ontmoetingsplek wordt.

Geen grote tuin? Geen enkel probleem

Misschien lees je dit allemaal en denk je: dat klinkt fantastisch, maar ik heb helemaal geen grote tuin. Geen zorgen. Zelfs op een paar vierkante meter kun je een enorm verschil maken voor de lokale biodiversiteit. Bestuivers vliegen van plekje naar plekje, en jouw balkon of dakterras kan een cruciale stapsteen zijn in hun route door de wijk.

Planten in potten doen het net zo goed als planten in de volle grond. Zet een mooie grote pot neer met lavendel, bieslook of tijm. Kruiden zijn sowieso een schot in de roos. Als je ze laat bloeien, komen de bijen er massaal op af, en jij kunt er zelf ook nog van oogsten voor in de keuken. Win-win dus. Ook een klein insectenhotel of een waterbakje past prima op een balkonnetje. Wil je hier serieus mee aan de slag? Bekijk dan zeker onze gids over je balkon vergroenen voor bijen en vlinders voor nog veel meer handige tips voor kleine ruimtes.

De belangrijkste regel: stop met gif

We hebben het nu gehad over alles wat je kunt toevoegen aan je tuin of balkon. Maar er is één ding dat je juist absoluut moet weglaten als je bestuivers wilt helpen: chemische bestrijdingsmiddelen. Gif tegen luizen, onkruidverdelgers of middeltjes tegen slakken zijn een absolute ramp voor het natuurlijke evenwicht in je tuin.

Als je insecten naar je tuin lokt met mooie bloemen en nestplekken, wil je ze natuurlijk wel een veilige omgeving bieden. Spuit je gif op een plant, dan krijgt de bij die daar nectar komt halen dit ook binnen. Vaak raken ze hierdoor gedesoriënteerd, verzwakt of gaan ze zelfs dood. Probeer te vertrouwen op de natuur. Heb je last van bladluis? Wacht dan even af. Vaak komen de lieveheersbeestjes, sluipwespen of kleine vogeltjes vanzelf om je van het probleem af te helpen. Een natuurlijke tuin is een tuin in balans, en die balans ontstaat vanzelf als je de natuur een beetje de ruimte geeft.

Het klaarmaken van je tuin voor bestuivers is eigenlijk een hele ontspannen manier van tuinieren. Je hoeft niet alles perfect aan te kanten, je mag best wat rommel laten liggen en je geniet veel meer van wat er allemaal groeit en bloeit. Als je komend weekend de tuin in gaat, kijk dan eens met de ogen van een bij. Waar kan ik schuilen? Waar kan ik eten? Waar kan ik drinken? Met een paar kleine, simpele aanpassingen maak je van jouw stukje buiten een echt natuurparadijsje. En geloof me, het vrolijke gezoem om je heen als je in de zomer in je tuinstoel zit, is de allermooiste beloning die je kunt krijgen.

Veelgestelde vragen

Wanneer kan ik het beste beginnen met het opruimen van mijn tuin?

Wacht met het grote opruimwerk tot het voorjaar echt is begonnen. Een goede vuistregel is om te wachten tot de temperatuur overdag stabiel boven de 10 tot 12 graden ligt. Veel insecten, waaronder wilde bijen en vlinders, overwinteren namelijk in holle stengels of onder een laag bladeren. Als je te vroeg opruimt, gooi je onbedoeld hun winterhuisje weg.

Welke bloemen zijn het beste voor vroege bestuivers?

In het vroege voorjaar (februari en maart) hebben ontwakende insecten direct voedsel nodig. Goede keuzes zijn biologische bloembollen zoals sneeuwklokjes, krokussen en winterakonieten. Ook vroegbloeiende struiken zoals de wilg (katjes), mahonie en vaste planten zoals longkruid en nieskruid (Helleborus) zijn erg populair bij vroege bijen en hommels.

Hoe weet ik of mijn insectenhotel goed en veilig is?

Een goed insectenhotel heeft gaten met verschillende diameters (tussen de 2 en 8 millimeter) die minimaal 10 centimeter diep zijn. Het allerbelangrijkste is dat de gaten mooi glad zijn vanbinnen, zonder splinters, want die kunnen de vleugels van de bijen beschadigen. Vermijd hotels met dennenappels of glas, deze trekken geen bijen aan. Zorg dat de achterkant dicht is en hang het hotel op een zonnige plek, uit de wind.

Moet ik mijn bijenkroegje of waterbakje vaak schoonmaken?

Ja, het is belangrijk om het water regelmatig te verversen, vooral tijdens warme dagen. Dit voorkomt dat het water vies wordt en ziektes verspreidt onder de insecten. Bovendien voorkom je door het water elke paar dagen te vervangen dat muggen de kans krijgen om er hun eitjes in te leggen en zich te ontwikkelen.