Insecten lokken met vroege bloeiers | Imkers Deventer

Insecten lokken met vroege bloeiers | Imkers Deventer

Het is laat in de winter of heel vroeg in het voorjaar. De lucht is nog knisperend koud, maar ineens is daar zo’n dag waarop de zon net even wat meer kracht heeft. Je stapt naar buiten met een kop koffie, voelt de warmte op je gezicht en ineens hoor je het. Een zwaar, monotoon gezoem. Het is de eerste hommelkoningin van het jaar die uit haar winterkasteel is ontwaakt. Voor mij als imker en natuurliefhebber is dat altijd een magisch moment. Het voelt als het startschot van een nieuw seizoen vol leven in de tuin.

Maar voor die hommelkoningin, en voor de eerste wilde bijen en vlinders die wakker worden, is het een keiharde overlevingstocht. Ze hebben maandenlang geteerd op hun reserves en worden met een rammelende maag wakker. Hun energietank is leeg. Als ze op dat moment geen voedsel kunnen vinden, overleven ze het simpelweg niet. En daar komen wij, als tuinliefhebbers en balkonbezitters, in beeld. Door vroege bloeiers aan te planten, dekken we letterlijk de tafel voor deze vroege vogels, of beter gezegd, vroege vliegers. In deze blog neem ik je mee in de wereld van de vroege bloeiers en laat ik je zien hoe makkelijk het is om de natuur een handje te helpen.

Waarom vroege bloeiers van levensbelang zijn

Stel je voor dat je midden in de nacht wakker wordt met enorme trek. Je loopt naar de keuken, trekt de koelkast open en… hij is helemaal leeg. Zo voelt het voor een insect dat in februari of begin maart ontwaakt. De meeste planten, struiken en bomen in onze omgeving zijn nog in diepe rust. Ze dragen geen bladeren, laat staan bloemen. Het landschap is vaak nog kaal en grijs.

De nectar uit bloemen is de brandstof waar insecten op vliegen. Het geeft ze de energie om warm te blijven en om rond te kunnen vliegen. De stuifmeelkorrels, of pollen, zitten boordevol eiwitten. Die hebben de bijen nodig om straks hun eitjes te kunnen leggen en hun larven te voeden. Een hommelkoningin die in het vroege voorjaar wakker wordt, staat er helemaal alleen voor. Ze moet zelf op zoek naar een geschikte plek voor een nieuw nest en ze moet zelf de eerste eitjes grootbrengen. Dat is topsport. Elke vroege bloeier in jouw tuin is voor haar een tankstation waar ze de broodnodige brandstof kan halen.

Welke insecten worden als eerste wakker?

Niet alle insecten worden tegelijk wakker. De natuur heeft daar een prachtig, gefaseerd systeem voor bedacht. De absolute koplopers zijn de hommelkoninginnen. Zij hebben een dikke, harige jas en kunnen daardoor al bij relatief lage temperaturen vliegen. Zodra het kwik een graad of acht aantikt en de zon schijnt, komen ze tevoorschijn.

Naast de hommels zijn er ook honingbijen die op zonnige winterdagen even hun kast verlaten. Ze doen dit vaak om hun behoefte te doen, de zogenaamde reinigingsvlucht, maar als er iets te halen valt, zullen ze dat zeker niet laten. Ook zien we de eerste solitaire bijen, zoals de gehoornde metselbij en de rosse metselbij, al vroeg in het seizoen verschijnen. En vergeet de vlinders niet. Soorten zoals de citroenvlinder en de dagpauwoog overwinteren als volwassen vlinder. Ze kruipen weg in schuurtjes of holle bomen. Zodra de zon ze opwarmt, fladderen ze uit, wanhopig op zoek naar nectar. Als je goed oplet op een zonnige winterdag, kun je ze al zien vliegen. Wil je weten waar je op moet letten? Lees dan mijn tips over bijen spotten in februari: zo vind je de eerste.

De beste vroege bloeiers voor je tuin of balkon

Nu we weten voor wie we het doen, is de grote vraag natuurlijk: wat moeten we planten? Het mooie is dat vroege bloeiers niet alleen fantastisch zijn voor insecten, maar ook voor onszelf. Ze brengen kleur in een periode dat we snakken naar het voorjaar. Hieronder deel ik mijn absolute favorieten met je.

Krokussen en sneeuwklokjes als vroege redders

Dit is misschien wel de meest bekende groep vroege bloeiers, en met goede reden. Sneeuwklokjes steken soms al in januari hun witte kopjes boven de koude grond uit. Ze bieden de allereerste beetjes nectar. Krokussen volgen kort daarna. Vooral de boerenkrokus is een echte magneet voor bijen. Als de zon schijnt, openen de bloemen zich wijd en kun je soms wel drie of vier bijen tegelijk in één bloem zien rommelen. Ze rollen door het stuifmeel en vliegen met felgele bolletjes aan hun achterpoten weer weg. Een prachtig gezicht!

Winterakoniet en speenkruid voor een geel tapijt

Wil je echt de zon in je tuin halen, plant dan winterakonieten. Deze kleine knolgewasjes bloeien knalgeel en doen dat vaak al in februari. Ze houden van een plekje onder loofbomen of struiken. Ze vermeerderen zich makkelijk, waardoor je na een paar jaar een prachtig geel tapijt hebt. Ook het gewone speenkruid is een vroege, gele bloeier die veel stuifmeel levert. Let wel op, speenkruid kan zich flink verspreiden, maar in een natuurlijke tuin is dat juist een aanwinst.

De onmisbare wilg

Als je de ruimte hebt voor een boom of een flinke struik, overweeg dan absoluut een wilg. De boswilg, ook wel waterwilg genoemd, produceert in het vroege voorjaar de bekende katjes. Dit zijn eigenlijk kleine bloeiwijzen die bomvol stuifmeel en nectar zitten. Voor vroege insecten is een bloeiende wilg een onuitputtelijke voedselbron. Het is de heilige graal van het vroege voorjaar. Heb je een kleinere tuin? Er zijn ook treurwilgjes op stam of kleinere wilgensoorten die prima in een doorsnee achtertuin passen.

Helleborus of kerstroos

De Helleborus is een vaste plant die bloeit wanneer de rest van de tuin nog in diepe rust is. Ze zijn er in allerlei prachtige, zachte kleuren. Van wit en zachtroze tot heel donkerpaars. Ze bloeien lang en zijn erg robuust. Bijen kruipen er graag in weg om bij de nectar te komen. Het is een plant die het heel goed doet in de halfschaduw en eigenlijk heel weinig onderhoud vraagt.

Longkruid, de schaduwliefhebber

Longkruid is een fantastische plant voor de wat donkerdere hoekjes in je tuin. De bloemetjes verkleuren vaak van roze naar blauw, wat een heel vrolijk effect geeft. Het is een van de lievelingsplanten van de vroege hommels. Het blad is vaak prachtig gevlekt, waardoor de plant ook als hij niet bloeit nog mooi is om naar te kijken.

Heb je geen grote tuin maar een balkon? Geen enkel probleem. Krokussen, blauwe druifjes en zelfs een kleine Helleborus doen het fantastisch in bloempotten en plantenbakken. Met een paar goedgevulde potten maak je al een enorm verschil voor de insecten in jouw buurt. Bekijk mijn advies over je balkon vergroenen voor bijen & vlinders om te zien hoe je op een kleine oppervlakte een groot effect bereikt.

Hoe zorg je voor een continue bloeiboog?

Het geheim van een insectvriendelijke tuin zit hem in de zogenaamde bloeiboog. Dat betekent dat er van het vroege voorjaar tot het late najaar altijd iets bloeit in je tuin. Als de krokussen en sneeuwklokjes zijn uitgebloeid, is het belangrijk dat de volgende planten het stokje overnemen. Denk aan de blauwe druifjes, sleutelbloemen en de vroege fruitbomen zoals de kers en de pruim.

Je kunt dit heel slim aanpakken door bloembollen in laagjes te planten, de zogenaamde lasagnemethode. Je plant de laatbloeiende bollen, zoals tulpen, onderop. Daarbovenop een laag aarde, dan de middelvroege bloeiers zoals narcissen, weer een laag aarde, en bovenop de vroege bloeiers zoals krokussen. Zo heb je maandenlang plezier van één pot of één stukje tuin, en hebben de insecten altijd een volle koelkast.

Een veilige haven creëren

Alleen voedsel aanbieden is helaas niet genoeg. De vroege insecten hebben ook behoefte aan warmte en veiligheid. Het vroege voorjaar is vaak nog grillig. Een zonnige middag kan zomaar gevolgd worden door een nacht met strenge nachtvorst. Insecten zoeken daarom warme, windstille plekjes op om op te warmen in de zon. Een stapeltje stenen, een stuk dood hout of een rommelig hoekje in de tuin werkt als een perfecte radiator.

Het is voor ons tuinliefhebbers heel verleidelijk om bij de eerste zonnestralen de hele tuin aan te vegen, dode bladeren in de groenbak te gooien en verdorde plantenresten rigoureus weg te knippen. We willen de boel netjes maken voor het nieuwe seizoen. Doe dit liever niet. Tussen die oude bladeren en in holle stengels zitten heel vaak nog insecten te overwinteren. Als je alles weghaalt, gooi je onbedoeld het leven waar je zo je best voor doet in de prullenbak. In mijn andere blog leg ik precies uit waarom je je tuin klaarmaken voor bestuivers het beste rommelig kunt laten. Wacht met het grote snoeiwerk tot het echt wat warmer wordt, ergens in april.

Aan de slag met aanplanten

Misschien lees je dit in het vroege voorjaar en denk je: oh nee, ik ben te laat met het planten van bloembollen. Bloembollen zoals krokussen en sneeuwklokjes plant je inderdaad het beste in het najaar, rond oktober of november. Ze hebben de winterkou nodig om goed te kunnen bloeien.

Maar wees niet getreurd als je dat vergeten bent. Bijna alle tuincentra en bloemisten verkopen in februari en maart voorgetrokken bollen in potjes. Deze bollen staan al op het punt van bloeien. Je kunt ze zo met potgrond en al in je tuin of in een grotere bloembak op je balkon zetten. Zodra ze uitgebloeid zijn, laat je het loof rustig afsterven. De bol trekt de energie uit het blad terug om volgend jaar weer opnieuw te kunnen bloeien. Je kunt de bollen gewoon in de grond laten zitten. Sterker nog, veel vroege bloeiers verwilderen, wat betekent dat het er elk jaar meer worden.

Vaste planten zoals de Helleborus en longkruid kun je ook in het vroege voorjaar planten, zolang het niet vriest. Geef ze na het planten een flinke scheut water, zodat de wortels goed contact maken met de aarde. Voordat je het weet, zie je de eerste hommel op je nieuwe planten landen.

Het plezier van observeren

Als je eenmaal een paar vroege bloeiers in je tuin hebt staan, begint het leukste deel: het observeren. Neem er echt even de tijd voor. Ga op een zonnige, windstille dag bij je bloeiende krokussen zitten. Je zult versteld staan van wat er allemaal op afkomt. Het kijken naar dat kleine leven om je heen is ontzettend ontspannend. Het geeft je het gevoel dat je verbonden bent met de natuur, gewoon in je eigen achtertuin.

Bovendien help je niet alleen de insecten, maar ook de vogels. Waar insecten zijn, zijn vogels. De koolmeesjes en pimpelmeesjes in je tuin profiteren indirect mee van jouw bloeiende planten. Alles in de natuur hangt met elkaar samen. Door te beginnen met iets kleins als een paar sneeuwklokjes of een bloeiende wilg, zet je een hele kettingreactie van biodiversiteit in gang.

Laten we dit jaar samen zorgen voor een warm welkom voor de eerste ontwakende insecten. Met een paar simpele aanpassingen, wat extra bloemen en door de tuin lekker een beetje met rust te laten, maken we een wereld van verschil. Het voelt goed om de natuur een handje te helpen, en de natuur geeft je er een prachtige, levendige tuin voor terug.

Veelgestelde vragen

Kan ik in het vroege voorjaar nog vroege bloeiers planten?

Ja, dat kan zeker. Hoewel je droge bloembollen het beste in de herfst plant, kun je in februari en maart overal voorgetrokken bollen in potjes kopen. Denk aan krokussen, blauwe druifjes en narcissen. Zet deze in je tuin of op je balkon voor direct resultaat. Vaste planten zoals de Helleborus kun je ook gewoon in het voorjaar planten, zolang de grond niet bevroren is.

Hoeveel vroege bloeiers heb ik nodig om insecten te helpen?

Elke bloem telt. Zelfs één pot met bloeiende krokussen op een balkon kan al het leven redden van een uitgehongerde hommelkoningin die toevallig langs vliegt. Natuurlijk geldt: hoe meer, hoe beter. Probeer bloemen in groepjes bij elkaar te zetten. Dit is voor insecten veel makkelijker te vinden en kost ze minder energie dan van hot naar her vliegen voor één enkele bloem.

Waarom zie ik geen insecten op mijn vroege bloeiers?

Dit hangt sterk af van het weer. Insecten zijn koudbloedig. Als het bewolkt is, waait of kouder is dan 8 tot 10 graden, blijven de meeste insecten schuilen omdat ze anders te veel afkoelen. Zodra de zon doorbreekt en de temperatuur oploopt, zul je zien dat ze tevoorschijn komen. Ook windstille hoekjes in de zon worden als eerste bezocht.

Welke vroege bloeier geeft de meeste nectar en stuifmeel?

De absolute kampioen in het vroege voorjaar is de bloeiende wilg (zoals de boswilg). De katjes van de wilg produceren enorme hoeveelheden stuifmeel en nectar. Als je geen ruimte hebt voor een boom, zijn krokussen, winterakonieten en de Helleborus uitstekende alternatieven die veel voedsel bieden voor de eerste ontwakende bijen en hommels.